Jan 012003
 

Terwijl de wind speelt met de bladeren van de struiken staar ik naar de horizon, waar een glinstering een witte streep trekt door het ongebroken blauw van de hemel. Een vliegtuig, ter grootte van een balpen, met een mogelijk exotische bestemming, trekt voorbij. Achter me zingen een paar vogels, terwijl mijn T-shirt lichtjes wordt bewogen door de wind.

Eigenlijk is het best opmerkelijk. Als ik zo in de duinen zit lijkt alles zo vredig. Iedere anonieme, toevallige passant kan me zien zitten, en er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Maar schijn bedriegt, al is het maar de vraag wie er meer bedrogen wordt: de voorbijganger of ik zelf. Gedachten schieten door mijn hoofd. Gedachten aan vroeger. Niet zozeer aan hoe het was, maar aan hoe het zou kunnen zijn en hoe ik zou willen dat het was. En hoewel ik diep van binnen weet dat dat soort gedachten een slechte gids zijn, kan ik ze niet stoppen.

Van binnen ben ik onrustig en zit ik vol twijfel, van buiten lijk ik de rust zelve, vol vertrouwen. Het is een van de intrigerende aspecten van de menselijke geest. Allemaal zijn we eigenlijk min of meer bouwvakkers. Allemaal bouwen we muurtjes om ons heen. Zo ook ik. Dikke muren, diep geworteld in een fundament van emoties en herinneringen uit het verleden, schermen me af. En waar die muren eerst een beschermende functie hadden, vormen ze nu een plek waar ik weg wil. De muren zijn niet alleen opgebouwd uit het verleden, ze houden me daar ook gevangen.

Herinneringen schieten door mijn hoofd. En met die herinneringen heerst een wee gevoel. Ergens wil ik terug naar de oorsprong van de muren. Terug naar het verleden, om de muren opnieuw te bouwen. Maar dan op een manier die mij de mogelijkheid biedt om wanneer ik maar wil tussen de muren vandaan te stappen. Eigenlijk zou ik er een deur in moeten metselen. Een deur die ik keihard dichtgeslagen heb voor mijn eigen neus, jaren geleden. Achteraf zag ik pas in dat ik een verkeerde keuze had gemaakt, al is het maar de vraag of dat nu wel echt zo is, of dat ik alleen maar wil dat dat zo is. Waarschijnlijk het laatste, al heeft het de schijn tegen, dezelfde schijn die altijd maar weer bedriegt.

Het woord dat centraal staat is ‘als’ ‘Als ik nou zus en zo had gedaan, dan had ik nu…’ Een gedachte die meer kwaad dan goed doet. In plaats van de muren te verzwakken, werkt deze gedachte alleen maar als een nieuwe laag cement om de boel bij elkaar te houden. En dat is nu precies het tegenovergestelde van wat ik wil. Ik wil de muren slopen. Maar zolang de strijd van binnen woedt, wordt de muur versterkt, en is ontsnappen vrijwel onmogelijk. En daarom zit ik hier in de duinen, te denken aan hoe ik die verdomde muren tot stof en gruis kan laten verworden.

Het antwoord op die vraag betekent niets meer of minder dan dat ik moet veranderen. Als ik de muren niet kan neerhalen, dan moet iemand anders het maar doen. En aangezien ik de enige ben die de muren kan zien, moet ik die iemand anders worden. Het is namelijk niet gemakkelijk om iets kapot te maken wat je zelf hebt gemaakt. En dat geldt al helemaal als je het met precisie hebt gemaakt, om jezelf te beschermen, om een plek te creëren waar je je veilig kunt voelen. Want de enige plek waar een mens zich echt veilig kan voelen is diep van binnen, in zichzelf.

Ik denk aan de reden van de gedachten. Iets wat al de hele tijd door mijn hoofd maalt. Ik vraag me af of de persoon in kwestie zich ook maar iets van me zou aantrekken , als ze me hier zou zien. Waarschijnlijk niet. Ik ben voor haar hooguit een vage herinnering uit het verleden. Met een beetje geluk misschien zelfs vervlogen hoop op geluk. Geluk dat ze ondertussen op een andere manier, met iemand anders, gevonden heeft. Deze reden is waar ik kracht uit probeer te putten om het verleden los te laten. Want als ik het verleden kan loslaten, schaadt ik het fundament van de muren. En dit is iets wat bij de wortel aangepakt dient te worden. Drie momenten zijn daarbij van belang: verleden, heden en toekomst. Het verleden is geweest, het heden is het resultaat van het verleden, en de toekomst is waar ik in het heden de fundamenten voor bouw.

Nieuwe fundamenten, nieuwe muren. Maar zoals menig stedenbouwkundige weet, moeten eerst de oude bouwwerken worden gesloopt voordat er met de bouw van nieuwe kan worden begonnen. In het verleden heb ik al eens gepoogd het verleden af te sluiten, maar dat is nooit gelukt. Steeds weer bleef het in mijn hoofd terugkomen. En zolang het daarin zit zit het op de foute plek, en houdt het mij gevangen binnen de muren om me heen. Vandaar dat het heden in de duinen zich verplaatst heeft naar het heden achter mijn computer. Terugdenkend aan die 10 minuten in de duinen staar ik naar de monitor. De printer naast me spuugt papier uit. De enige manier om het uit mijn hoofd te krijgen is het op te schrijven en een einde te geven waar ik beter mee kan leven dan ik nu kan.

In het heden waarin ik schrijf vallen er stukjes steen op de grond. Een kiertje licht schijnt door de muur, en de twijfel wordt langzaam verdrongen door hoop. Hoop op een andere toekomst, een ander leven, zonder haar in mijn gedachten. En terwijl ik een kracht, die een zekere mate van zelfvertrouwen met zich meebrengt, voel opkomen, weet ik dat dit het moment is. In gedachten steek ik mijn hand langzaam voor me uit, totdat hij gestuit wordt door de transparante muur van emotievol beton. De kracht die zich van diep van binnen verspreidt, stroomt door mijn vingers. Ik duw lichtjes tegen de muur.

Dan open ik mijn ogen en met een hernieuwd vertrouwen stap ik weg van de computer, weg van de bladzijden met het verleden. Ik vind mezelf terug tussen de mensen. Waar ik me eerder nog al die jaren heb opgesloten met het verleden, vastgeroest in een gedachte in mijn eigen kamer, sta ik in het uitgaansleven solidair te zijn met mezelf. En dan komt het besef: ik ben veranderd, en het hernieuwde zelfbewustzijn kan alleen maar positief uitpakken. De tijd is daar, om de wereld te laten zien dat wie zij al die tijd hebben gezien, niet de persoon is die ik eigenlijk ben. Dat de persoon die zij zagen slechts gevormd werd door de muren om hem heen. Muren die ik, net als ieder mens, bouwde ter zelfbescherming, misschien zelfs om een plek te hebben waar we ons echt veilig kunnen voelen.

Nu pas zie ik in wat ik al die jaren echt gemist heb. Niet die ene persoon, maar gezelligheid, en socialiteit, iets wat niet binnen de muren te vinden was, maar wel daarbuiten. En nu een van de muren gesloopt is, wordt dat duidelijk. Al zijn er nog meer muren die neer gehaald moeten worden, maar het begin is er, en hoop gloort aan de horizon.

 Gepubliceerd door om 18:28

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.