Jan 012000
 

Een onbekende schim in het zich oneindig uitstrekkende boek des levens. Iets anders is Michael nooit geweest. Geen heldendaden, geen wilde uitspattingen, gewoon een doodnormale jongen zonder poespas. Nog nooit heeft hij eens geluk in de liefde gekend, en zijn grote liefde leek onbereikbaar voor hem. Hoe vaak heeft hij het wel niet geprobeerd, nou ja, geprobeerd, het was meer proberen te proberen haar aan te spreken, maar twee minuten later stond hij alleen en had hij de grootste onzin uitgekraamd. Zoals die ene keer dat hij midden in de gang van de school prompt voor haar ging staan en haar aansprak. “Kan ik je iets vragen ?” Met een giechelend gezicht zei ze dat ze er geen problemen mee had, en hij ging verder. “Uhm, uh, hebben ze die schoenen ook in mijn maat ?” Haar giechelende gezicht trok strak, en hoofdschuddend was ze weggelopen, hem vertwijfeld achterlatend. Wat moest hij met pumps ?

En nu, 2 jaar later, kan hij haar nog steeds niet loslaten. Vele pogingen heeft hij ondernomen om haar terug te vinden, nadat hij twee jaar geleden verhuisde naar de andere kant van het land. Hoe hij zijn vader haatte dat hij die baan daar aannam zal ik hier maar buiten beschouwing laten, feit is dat hij nu terug is in zijn dorpje bij de zee.

In de jaren dat hij weg was uit zijn geboortedorp heeft hij gepiekerd en nagedacht en vond het het beste om haar te vergeten, maar zodra hij het dorp binnen reed schoot haar beeltenis weer door zijn hoofd. En als klap op de vuurpijl zag hij ook nog eens Diane, de beste vriendin van Josephine, de dame in kwestie. Michael wilde op een dag zo graag met Josephine in contact komen dat hij haar beste vriendin mee uit vroeg. Maar ja, die wees hem zo erg af dat hij er nog trauma’s aan over heeft gehouden. Maar haar nu te zien deed hem weer aan Josephine denken, en dat was nou net wat hij niet nodig had.

Evert kan het niet geloven. Als hij de deur opent staat zijn beste vriend voor de deur. “Michael, waar kom jij nou weer vandaan ?” Droog antwoordt Michael dat hij uit het oosten des lands komt, terug gekeerd naar het kustdorp. Evert laat hem binnen, en ze gaan zitten. “Je hebt niets gezegd toen ik je vorige week belde” “Het moest een verrassing blijven” Evert glimlacht flauwtjes. “Een verrassing is het zeker” Michael bestudeert zijn vriend eens aandachtig. Hij vraagt zich af waarom Evert er zo nerveus uitziet, maar durft niets te vragen. “Is er iets ?” Michael schrikt op. “Nee, ik zat even te denken. Doe ik wel vaker.” Evert lacht. “Moet je niet teveel doen, krijg je alleen maar koppijn van.” Michael grinnikt. Zijn vreemde humor is Evert in ieder geval niet verloren. Nog steeds zit Evert ietwat zenuwachtig te wiebelen op zijn stoel en Michael kan de dringende vraag niet langer onderdrukken. “Evert, waarom doe je zo nerveus ?” Evert twijfelt. “Niets, ik heb met iemand afgesproken.” “Wil je dat ik weg ga ?” Evert schudt zijn hoofd. “Nee hoor.” Dan gaat de deurbel. Evert staat op en doet open. Hij loopt de woonkamer binnen. “Michael, je kent Diane nog wel neem ik aan ?” Michael staat op. “Vaag, erg vaag.” Diane werpt hem een kwade blik toe. “Je bent dus nog steeds dat zielige ventje van een paar jaar terug.” Michael schudt zijn hoofd. “Ik ga niet met je bekvechten, ik zeg je alleen dat ik medelijden heb met de jongen die jou als vriendin heeft.” Evert kijkt Michael aan. “Dat ben ik dus.”

Michael staart uit zijn raam en kijkt over de straat die zich uitstrekt tot ver aan de horizon. Op de radio speelt de Hermes House Band met “I will survive”, een lied dat vaak in zijn hoofd speelt als hij denkt aan het verleden, terwijl in gedachten verzonken, beelden van toen aan hem voorbij flitsen. Hij ziet Josephine zoals hij haar herinnert, zoals hij haar zag vlak voordat hij voor de laatste keer het grote schoolgebouw verliet en naar buiten trad, een onbekende toekomst tegemoet. Ook nu weer denkt hij aan die tijd, terwijl de radio door speelt. “Just know that I, I will survive, for as long as I know how to love, I know I’m still alive…”

Michael schrikt uit zijn gedachten op als zijn moeder plotseling achter hem staat met de telefoon in haar handen. “Evert voor je.” Michael neemt de telefoon over en groet zijn vriend aan de andere kant van de lijn. “Michael, heb je vanavond wat te doen ?”Michael geeft een ontkennend antwoord. “Mooi, dan zien we je wel in de Halu, mazzel!” De Halu, afkorting voor discotheek “Hallucination”. Wat was Michael daar al lang niet meer geweest. En zei Evert niet “We zien je wel” ? Over wie die ‘we’ dan zijn kan Michael alleen maar fantaseren. Vurig hoopt hij dat het weer net zo wordt als vroeger met Evert, maar dan beter….

Het is al laat, als Michael besluit om maar eens richting de Halu te gaan. Langzaam komt hij omhoog uit de luie stoel voor de tv en hij strekt zich eens uit. “Doe je voorzichtig jongen ?” Zijn moeder uit haar bezorgdheid, en daar heeft ze zo haar redenen voor. Het is alweer een jaar geleden, maar toch kan ze het maar niet vergeten. Michael’s neef Jeffrey was op bezoek en samen gingen ze naar de plaatselijke kroeg. Nou ja, plaatselijk, het was de enige kroeg in een omgeving van 3 dorpen, en lag zo’n 6 km verderop. Jeffrey bestuurde de auto waarmee ze naar de kroeg gingen, want geen van beiden hadden ze zin om te fietsen. Toen ze na sluitingstijd terug wilden gaan had Jeffrey iets te diep in het glaasje gekeken (en dat glas was diep!). Hij liep richting de auto, gevolgd door Michael, die genoeg vertrouwen in zijn neef had om hen veilig terug te rijden. Maar zover kwam het nooit. Op het moment dat Jeffrey in de auto wilde stappen, wankelde hij iets naar achteren en werd gegrepen door een bestelbusje. En nu rijdt hij nooit meer.

In gedachten verzonken loopt Michael richting de discotheek. Hij denkt weer aan Jeffrey. De alcohol was hem uiteindelijk fataal geworden, en sindsdien is Michael ook niet meer uit geweest. Ook heeft hij sindsdien geen alcohol meer aangeraakt. Dit hele incident ziet hij als zijn kleine geheim, naast zijn ouders en oom en tante weet niemand er iets van af. Elke keer weer heeft hij een smoes verzonnen om niet uit te hoeven gaan, maar op dit moment heeft hij alles van zich af gezet en in zijn gevoel is hij over de drempel gestapt die hem naar een socialer leven moet leiden.

Hij wordt uit zijn gedachten opgeschrikt door een hand die met een harde klap op zijn schouder landt. “Hey Mike!” Het is Robert, een oude bekende van Michael, die hij liever niet dan wel ziet. “Je gaat toch niet naar de Halu, he! Dan jaag je al de chicks voor mijn neus weg. Ha ha ha.” In gedachten vervloekt Michael Robert even. Maar ja, wat heeft het ook voor zin, Robert doet zich stoerder voor dan hij is, zelfs voor Michael is hij bang als het moet. Zeker na die ene keer dat Michael hem na de zoveelste belediging knock-out gooide met een tennisbal. Ach, dat rotjong is het niet waard om zich druk over te maken, Josephine wel.

En over Josephine gesproken, laat dat nou precies degene zijn die Michael in de rij ziet staan voor de Halu. Langzaam komt hij tot stilstand en aanschouwt haar van een afstand. Haar glimlach is nog net zo mooi als hij altijd al vond, haar blauwe ogen stralen en druk pratend staat ze te wachten totdat ze naar binnen kan. Zo zou Michael wel de hele avond kunnen blijven staan, het mag zelfs eeuwen duren voor Josephine naar binnen kan. Zelfs de regen die langzaam begint te vallen, en de koude bries die door de straten blaast deren hem niet, de aanblik van Josephine verwarmt zijn hart en de kou voelt hij niet. Hij voelt kriebels in zijn buik en opnieuw stromen zijn gedachten vol met herinneringen aan een tijd die geweest is.

“Michael, mag ik je een advies geven ? Als je haar leuk vindt, vraag haar dan gewoon een keer mee uit”. Deze woorden van Evert zijn Michael altijd bijgebleven. En weer sprak hij haar aan. “Josephine, uh…even een vraagje…” Maar voordat hij verder kon gaan met zijn zin onderbrak ze hem al. “Nee, deze schoenen hebben ze maar tot maat 40. Ik heb het even nagevraagd voor je.” “Dank je. Ja, dat wilde ik nou net weten.” Of ze de ironische toon van deze woorden nou niet hoorde of begreep, of dat ze voelde wat komen ging maar geen interesse had weet Michael niet, daarover kan hij slechts filosoferen, feit is dat ze wegliep nog voordat hij nog iets kon zeggen.

Hij twijfelt. Zal hij weer op haar afstappen, of toch maar niet ? Hij besluit tot dit laatste, nu hij van binnen zo’n mooi moment beleefd, kijkend van een afstand naar het meisje dat hij al jaren leuk vindt, en dat hem op dit moment al gelukkig maakt. Zonder dat hij er iets aan kan doen, moet hij aan een liedje denken dat hij op de radio heeft gehoord. “I’m everything you want, I’m everything you need…” Vertical Horizon, hij moet even nadenken maar herinnert zich dan de naam van de band weer. En hoe erg hoopt hij wel niet dat zij die tekst ook op hem van toepassing vindt!

Zoals de tijd wel vaker doet, verstrijkt deze ook deze avond. Langzaam weliswaar, maar toch. En nog steeds is Josephine niet binnen, en nog steeds staat Michael buiten te wachten, en tegelijkertijd staat Evert naast Michael en gooit zijn arm om zijn nek. “Sta je al lang te wachten ?” “Ik weet niet, en tijd is slechts een relatief begrip in een groter geheel. Wat is het toch dat mensen met elkaar verbindt en wat is toch die aantrekkingskracht ?”Evert kijkt hem met half open ogen aan. “Nou al bezopen en nog geen eens binnen. Dat had ik nou nooit achter jou gezocht!” Michael schudt zijn hoofd. “Ik ben niet dronken, ik ben alleen aan het nadenken. Mijn gedachten dwalen gewoon af.” Op zijn beurt schudt Evert nu zijn hoofd. “Die dwalen zeker af naar een eiland in de grote oceaan, met palmbomen, zon, en Josephine in een strakke bikini.” Michael beseft zich dat zijn blik richting Josephine niet onopgemerkt blijft. “Evert, is dat alles waar je aan kan denken ? Er zijn nog meer dingen dan seks in het leven. Er is ook nog zo iets als liefde op het eerste gezicht. En echte liefde is meer dan alleen lichamelijke aantrekkingskracht, het gaat verder. Hoe mooi een meisje er ook uit ziet, echte schoonheid zit van binnen.” Evert schudt zijn hoofd opnieuw. “Jij kijkt teveel naar de EO.”

Wie er zo veranderd is in de 2 jaar die achter hem liggen weet Michael niet. Wel weet hij nu dat de vriendschap tussen Evert en hem niet meer zo zal zijn als vroeger. Helemaal nu Diane er ook nog bij is komen staan en Evert en Diane lijken mee te doen met het nationale tongworstel kampioenschap, iets waar hij, Michael, nog geen ervaringen mee heeft. En terwijl zijn vriend en diens vriendin als met secondelijm aan elkaar gekleefd zitten, voelt Michael een leegte, wanneer hij bemerkt dat Josephine reeds de Halu heeft betreden en hij nog steeds buiten staat.

Al wachtend speelt in zijn hoofd opnieuw een melodietje. “I want you to want me, for all that I am…” Hoe vaak heeft hij in het verleden het nummer van Solid Harmonie wel niet gedraaid. En hoe graag zou hij wel niet willen dat Josephine voor hem zou zingen wat Jessica Simpson zingt. “I think that I’m in love with you, doing all silly things when I think of you…” Ach, hij dwaalt weer af, en dat terwijl de rij voor hem zo goed als verdwenen is.

Eindelijk is hij verlost van de regen en de koude wind, en staat hij in de hete discotheek, waar hij van een afstandje de dansvloer aanschouwt. Al rondkijkend probeert hij een glimp op te vangen van Josephine, die er toch echt ergens moet zijn. Evert en Diane staan alweer mond op mond beademing toe te passen. Plotseling begint Michael weer te denken, iets wat hij heel vaak doet. Toen hij twee jaar geleden naar de andere kant van het land vertrok, waren Josephine en Diane beste vriendinnen, en nu, nu heeft hij ze nog niet samen gezien. Hier klopt iets niet, of wel ? Misschien weten ze niet dat ze allebei hier zijn, of misschien wil Josephine, die nu door Robert aan haar arm wordt meegetrokken en langs Michael komt, niet bij Michael in de buurt….

Snel draait hij zich om en ziet hoe Josephine probeert zich los te rukken van Robert. Ze slaat en schreeuwt, maar niemand die er op let. Hij bedenkt zich geen moment en zo snel als het kan baant hij zich een weg door de menigte, onderwijl proberend de dame in nood, althans, zo lijkt het, niet uit het oog te verliezen. Uiteindelijk belandt hij weer buiten, waar de regen opgehouden heeft te vallen, en hij ziet hoe Robert Josephine nog steeds voortsleept over de straat, een steegje in.

Angstig kijkt Josephine naar Robert, die voor haar staat. Van dit soort praktijken is ze niet gediend, en op dit moment kan ze niets doen tegen de razernij van Robert. Eigenlijk kent ze hem helemaal niet, ze heeft hem alleen even gezien in de Halu vanavond. Maar dat ene moment dat misschien 3, 4 seconden duurde, was voor hem al genoeg om haar avond te vergallen. “Zo schatje, wat heb je daar zitten ?”Ze voelt langzaam hoe zijn hand naar beneden glijdt, en hoe Robert plotseling zijn greep op haar verliest.

“Blijf met je gore poten van haar af, ze heeft duidelijk gezegd dat ze niet wil.” Wat hem overkomt weet Robert niet goed, maar hij weet zich uit de greep van zijn belager los te rukken en gooit deze tegen de muur. “Zo Diane, beetje agressief vanavond ? Twee chicks op een avond, wat een feest.”Hij duwt Diane in de hoek bij Josephine, die op de grond is gaan zitten en angstig naar Robert kijkt. “Een trio….”

Eindelijk heeft Michael de moed verzamelt om in te grijpen. “Robert, de dames zeggen net dat ze niet willen. En als je nu niet onmiddellijk verdwijnt zal het enige triootje wat jij ooit nog zal kunnen spelen een Jodeltrio uit de Alpen zijn.” Robert kijkt hem dreigend aan. “Had ik jou niet gevraagd uit mijn buurt te blijven ?” Michael steekt zijn linkerhand uit. “Deze kan net zo hard aankomen als een tennisbal” Robert begint te lachen en pakt met beide handen Michael’s arm vast. “Robert, je bent echt dom.” Robert grinnikt. “Nee jij, ik heb je arm vast” Michael schudt zijn hoofd. “Ja, maar laat ik nou rechtshandig zijn.” Het volgende moment schiet zijn arm richting het hoofd van Robert, die op de grond valt.

Verdwaasd kijkt Michael naar Robert, die op de grond ligt en naar zijn wang grijpt. “Au!” Michael doet niets anders dan Robert strak aankijken. “En dan was ik nu nog aardig, je begrijpt denk ik wel dat je mij dan niet kwaad wilt zien, nietwaar Robert ? Verdwijn dan nu voorgoed uit mijn leven en dat van iedereen die jou niet mag. Misschien dat in dat geval een onbewoond eiland een oplossing is.” Robert krijgt tranen in zijn ogen. “Verdomme! Niemand heeft mij ooit zo vernederd. Wat is er met je aan de hand ?” Michael lacht. “Ik ben niet bang om je de waarheid te vertellen.” Robert ligt met zijn mond vol tanden op de grond. Dan staat hij op en rent weg. Michael staart hem na, Josephine en Diane kijken verbaasd naar Michael.

Nog steeds kan geen van de drie geloven wat er zojuist gebeurd is. “Dank je Michael.”Josephine is de eerste die de zwijgende stilte doorbreekt. “Ach, het was niets. Stoere buitenkant, maar voor de rest is hij niets.” “Nogmaals, bedankt. Wie weet wat hij me had aangedaan. Maar zoiets had ik nou nooit van jou verwacht.” “Ik ook niet, maar ja, hoe interessant is een mens als hij zichzelf zo nu en dan niet verrast ?”

“Wat is er aan de hand ?” Evert is bij het groepje van drie komen staan. “Niets bijzonders. Gewoon even een probleem opgelost.” Michael zucht. Opnieuw is hij diep in gedachten verzonken en hangt er een eindeloze stilte rond de vier jongeren. Het is deze keer Evert die de stilte verbreekt. “Kom, laten we nog wat drinken op de goede afloop ?” Diane staat op. Goed idee. Komen jullie ook ?” “Ik kom zo wel.” Michael wil nog even alleen zijn.

Hoewel Evert en Diane alweer verdwenen zijn uit de steeg, is Josephine bij Michael blijven staan. “Waarom ben je zo stil ? Je hebt geen moord gepleegd hoor.” Michael draait zijn gezicht richting Josephine. “Misschien is het tijd om een oud hoofdstuk af te sluiten. Ja, het is tijd voor de waarheid.” In zijn hoofd begint spontaan het liedje van Marco Borsato te spelen. “De waa-aa-aar-heid…” Josephine kijkt hem vragend aan. “Wat bedoel je ?” Michael slikt even en begint te praten. “Josephine, weet je nog die ene keer dat ik over je schoenen begon ?” Josephine wil zich omdraaien en weglopen. “Niet weer, wat wil je toch met mijn schoenen ? Ben je schoenfetisjist of zo ?”Michael pakt haar arm vast. “Nee, wacht. Ik heb me jaren afgevraagd waarom ik toen zei wat ik zei, ik denk dat ik er nu uit ben. Onbewust zijn die schoenen misschien een voorwerp geweest wat ik gemeen wilde hebben met je. Ik wilde de schoenen aan je voeten zijn.” Op het moment dat hij het zegt bedenkt hij zich hoe stom het wel niet moet klinken, maar Josephine blijft hem glimlachend aankijken. “Michael, geloof me, dat wil je niet. Ik heb af en toe ongelooflijke zweetvoeten.”Beiden beginnen te lachen. “Wat ik probeerde te zeggen is dat ik je toen leuk vond, en al die jaren ben je me bijgebleven.” “Josephine kijkt hem strak in de ogen en schudt haar hoofd. “Dat was wederzijds in die tijd, maar ik dacht altijd dat je mij niet leuk vond. En toen heb ik besloten om te proberen je te vergeten.”

Michael kan zijn oren niet geloven. Het meisje van zijn dromen vond hem ooit leuk. “Josephine, ik denk dat het tijd is om het verleden te vergeten. Ik leefde te lang in het verleden, ik keek niet naar de toekomst. Het is tijd om afscheid te nemen van het verleden. Ik moet op zoek gaan naar nieuwe uitdagingen. Ik las ooit eens dat het niet verkeerd is dat sommige dromen voor altijd dromen blijven. En ik wil de mooiste droom niet verpesten.” Josephine kijkt hem indringend aan. “Misschien is dat beter ja. Tot ziens Michael, het beste, en nogmaals, bedankt dat je me gered hebt van die engerd.” Josephine loopt weg. Moby’s Porcelain speelt in een kroeg die grenst aan de steeg waarin Michael zich bevindt. “I never meant to hurt you, I never meant to lie… So this is goodbye, this is goodbye…”

Twee zielen, een gedachte, verbonden door hetzelfde gevoel, maar gescheiden door de twijfel van de een over de juistheid ervan, waardoor het gevoel dat we liefde noemen in plaats van geluk te brengen als een onzichtbare muur tussen twee mensen in gaat staan, en twee zielen die bij elkaar horen scheidt en ongelukkig maakt, terwijl het allemaal zo mooi had kunnen zijn.

Een week later vinden we Michael terug in zijn dorpje aan de kust, alwaar hij aan het strand vertoeft op een van de weinige echt zomerse dagen die ons land dit jaar rijk is. Eenzaam staart hij, vanuit zijn strandstoel, over het zich oneindig uitstrekkende water van de zee, dat kalmpjes voortkabbelende golfjes herbergt. Zijn gedachten zijn nog altijd bij dezelfde persoon.

Langzaam ziet Michael de zon in de zee zakken, en hij hoort hoe het rumoerige geluid van strandgasten verflauwt en over gaat in een rustgevende stilte, slechts doorbroken door de rustig voortkabbelende golven van de kalme, bijna gladde zee. Mensen trekken voorbij aan Michael’s gezichtveld. Een man die zijn hond uitlaat, een kind met een vlieger, en de rode zon zakt steeds verder weg in het water van de horizon.

“Soms is het beter om het verleden te vergeten, en door te gaan naar de toekomst, die er niet zal zijn als je het verleden niet los laat.” Evert gaat op het warme zand naast de stoel van Michael zitten. “Diane heeft me eindelijk verteld wat er echt gebeurd is vorige week. En weet je wat, je hebt mij aan het denken gezet. Toen je terug kwam was ik verrast, en misschien niet de persoon die je verwachtte te zien. Ik ben veranderd de laatste jaren, en jij ook. Maar sommige dingen veranderen nooit, zoals onze vriendschap.” Michael draait zijn hoofd langzaam om. “Jij hebt doorgeleefd Evert, ik niet. Ik heb jaren geprobeerd om haar te vergeten, maar het lukte niet.” “Misschien omdat je dat niet wil. Michael, ik heb misschien veel flauwe grappen gemaakt om je gevoelens voor haar, maar neem van mij aan, dat je nooit je verleden kunt vergeten, als het deel uitmaakt van het heden.”

Diane loopt naar Evert toe. “Kom je ? We zouden om elf uur bij mijn broer zijn.” “Momentje. Michael, het spijt me, maar ik had al afgesproken, Diane’s broer geeft een feest. Maar weet wel dat als je iemand nodig hebt om te praten, ik er altijd zal zijn voor je. Daar zijn vrienden voor.” Evert legt zijn hand even op Michael’s schouder en loopt weg. “Veel plezier.” Michael’s stem klinkt treurig, zijn ogen richten zich weer op de zee.

Hij voelt het zand tussen zijn tenen glijden als hij opstaat. De zon is inmiddels verdwenen en de nacht heeft zijn schaduwen uitgeworpen over het verlaten land. Als een eenzame reiziger loopt Michael over het strand richting de boulevard, als een schim hem tegemoet komt. Hij stopt en tuurt in de verte om van de schim een herkenbare figuur te maken. “Michael ?” Hij hoort hoe een hem bekende stem zijn naam roept. “Josephine ?” Voordat hij het weet heeft hij haar naam geroepen.

“Diane zei me dat je hier zat. Ik denk dat we moeten praten.” Samen gaan ze in het zand zitten. “Praten ? Vorige week hebben we alles toch al gezegd ?” Josephine schudt haar hoofd. “Nee, niet alles. Voordat ik kon uitspreken had jij je verhaal al klaar.” “Voor mij was het duidelijk, je wilde mij vergeten, dus waarom zou ik me dan nog druk maken om jou ?” Oh man, dit klonk nog stommer dan die schoenen, zo vindt Michael. “Michael, er is nog altijd een verschil tussen willen en kunnen, en ik kon het niet. Ik kon je niet vergeten. Op de een of andere manier moest ik steeds aan je denken.” Michael kijkt op. “Meen je dat ? Dat had ik nou ook.” “En alles wat je zei, over het verleden vergeten, en dromen dromen laten ?” Michael zwijgt even. “Ik kan niet geloven dat je dat echt meende.” “Josephine, op dat moment zei mijn verstand dat het beter was om opnieuw te beginnen.” Josephine staat op. “Kom mee, we gaan even wandelen.”

Samen lopen ze richting het water. “Michael, waarom zou je sommige dromen niet willen nastreven ? Ik bedoel, soms kunnen dromen echt werkelijkheid worden. En het is goed om af en toe eens te luisteren naar je verstand, maar soms kun je beter je hart laten spreken.” Michael draait zich om en ze staan tegenover elkaar, elkaar in de ogen kijkend (voor zover dat gaat in het donker). “Josephine, ik wil gewoon opnieuw beginnen. Het verleden is geweest.” “Michael, dat was het verleden. Toen was je de verlegen jongen die mij naar mijn schoenen ging vragen, nu ben je de jongen die voor mij een held is. Niet alleen omdat je die Robert hebt weggejaagd, maar ook omdat je eerlijk durfde te zijn over je gevoelens. En je kan opnieuw beginnen, als je maar graag genoeg wil, kunnen je dromen uitkomen.” Beiden zwijgen een doodse stilte. Een krijsende zeemeeuw vliegt laag over. “Ik wil heel graag mijn dromen laten uitkomen.” Twijfelend begint Michael te praten. “Grijp dan de kans als je die krijgt.” Michael twijfelt. “Je hebt gelijk, mijn dromen laten uitkomen is als opnieuw beginnen.” “Begin dan opnieuw.”

Michael loopt weg van Josephine. Deze kijkt hem wanhopig na. Dan draait Michael zich om en loopt terug. “Hallo, ik geloof niet dat wij elkaar kennen, wel ? Ik zal me even voorstellen, ik ben Michael.” Josephine glimlacht. “Josephine is de naam.” “Aangenaam. En wat doet een mooi meisje als jij zo alleen op het strand op zo’n mooie avond als vandaag ? Zou je niet veel liever een keertje met mij uitgaan dan hier alleen over het water te staren ?” Eindelijk heeft hij het gezegd. “Dat zou ik kunnen doen, Michael, maar we zouden ook hier samen nog een paar uur over het water kunnen staren en elkaar beter leren kennen.” Samen gaan ze zitten voor de branding, en staren ieder naar de horizon. “En, hoe voelt het, om opnieuw te beginnen ?” “Fantastisch, bedankt.”

Ze vergeten beiden de zee die zich voor hun neus uitstrekt, en hand in hand verliezen ze zich in een lipcontact dat zijn weerga niet kent. De uren verstrijken en de zee kabbelt voort, terwijl aan de spiegelzijde van de kim het volgende daglicht langzaam zijn intrede doet, en het jonge koppel wekt, nadat ze vermoeid in slaap zijn gevallen………..

 Gepubliceerd door om 18:27

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.