Feb 032007
 

De Vergulde Kater is gelegen in een klein dorp niet ver van Amsterdam, aan de Hoofdweg, recht tegenover een aanlegsteiger in de Amstel. Hoewel de omgeving van het café in de loop der jaren aan hevige veranderingen onderhevig is geweest, heeft De Vergulde Kater nog precies die uitstraling die het veertig jaar geleden ook al had. Sinds hij het bedrijf achtentwintig jaar geleden overnam van zijn vader, heeft Hans er immers weinig tot niets aan veranderd.

Ook in de inrichting is dit terug te zien. Het ooit crèmekleurige behang met grijze strepen is inmiddels een bijna bruin behang met nauwelijks nog te ontwaarden strepen geworden. De foto’s en krantenknipsels aan de muur zijn vergeeld achter hun glazen lijst. Er staan vier tafels met in totaal tien stoelen. Er liggen meer bierviltjes onder de tafel- en stoelpoten dan op de tafels zelf. Aan een kant is een kleine bar met drie barkrukken ervoor en een kleine keuken erachter.

Het enige wat de tand des tijds niet lijkt te hebben weerstaan, is de stereoinstallatie. Noodgedwongen moest de kapotte installatie op 8 mei 2002 worden vervangen, omdat men ‘s avonds naar het liveverslag van de UEFA-cupfinale tussen Feyenoord en Dortmund wilde luisteren. Sinds die dag beschikt het café ook over een cd-speler, al wordt deze amper gebruikt. Hans draait liever zijn oude grammofoonplaten.

Zo ook op deze avond in het café. Uit de speakers schalt de stem van André Hazes. De tekst van het nummer is voor Arie en Peter, twee stamgasten met hun vaste plek aan de bar, onderwerp van gesprek.
‘Die gast heeft eigenlijk geluk gehad,’ begint Peter tegen zijn buurman, ‘die kruk in die discotheek bleef tenminste leeg. Als ik thuiskom zit ze er nog.’
‘Heb je weer mot gehad?’ vraagt Arie tussen twee slokken bier door.
‘Ja, het is ook nooit goed met die vrouwen hè. Dan willen ze wat van je, dan geef je het en is het weer niet goed.’
‘Breek me de bek niet open man. Maar wat moest ze dan van je?’
‘Nou, het was zo’n doodnormale avond. Ik kwam thuis uit de kroeg, hing mijn jas aan de kapstok en liep de woonkamer binnen, waar mevrouw uitgebreid naar zo’n vrouwenserie op Net5 zat te kijken. Dus ik zeg tegen haar: ‘Hoi mop, ik ben er weer,’ waarop zij me met een zielig gezicht, je weet wel, zoals een kind met een pruillip dat om een ijsje zeurt, aankijkt. ‘Peter,’ begon ze, ‘waarom heb jij geen koosnaampje voor me?’ Dus ik kijk haar aan en zeg:’Waarom wil je een koosnaampje hebben, je heet toch al Annie?’ ‘Nou,’ zegt ze, ‘op tv hebben al die mannen een koosnaampje voor hun vrouw.’ Nou, dus ik denk even diep na en zeg:’Oké schat. Wat dacht je van Koos Alberts?’ Nou, ik mocht dus meteen op de bank slapen vannacht hè. Snap jij dat nou?’

‘Niets mis met Koos,’ valt Hans hen in de reden, ‘volgens mij heb ik die ook nog wel ergens liggen. Nou ja, een plaat van hem dan hè. Maar waarom Annie zo moeilijk doet, Joost mag het weten, vrouwen houden van Koos. Mijn Mien in ieder geval wel.’
Vanuit het keukentje achter de bar klinkt een instemmend geneurie.
‘Heb je een telefoonnummer van die Joost? Dan hoor ik hem even uit over Annie,’ antwoordt Peter.
‘Nou, als Joost alles mag weten, dan zou ik eerst Annie eens gaan uithoren, Peter. Volgens mij is het dan haar minnaar.’
‘Verdorie, Arie, daar zeg je me wat. Misschien noemt hij haar ook al Koos.’
‘Maar troost je, Annie is niet de enige vrouw die niet weet wat ze wil . Ik heb er ook eentje thuiszitten. Laatst zegt ze tegen me: ‘Arie, denk erom dat je morgen het grof vuil aan de straat zet.’ Wat denk je? Volg ik de instructies op, krijg ik me ‘s avonds een scheldpartij om de oren. Hoe ik het in mijn botte hersens haalde om haar moeder, die bij ons logeerde, aan de kant van de weg te zetten!’

‘Nog een biertje, jongens?’ Zonder een antwoord af te wachten, verwisselt Hans de inmiddels lege glazen met volle. ‘Ik heb Koos gevonden trouwens.’ Na wat gerommel met de naald van de grammofoonspeler, klinkt de stem van Koos Alberts door de speakers.
Arie begint meteen mee te zingen. ‘Ik verscheurde je foto, heb je brieven verbrand…’
‘Weet je dat dat niet eens de originele tekst is?’
‘Nee, dat wist ik niet, Peter.’
‘Toch is het zo. Op last van de platenmaatschappij heeft hij de tekst aangepast. Eigenlijk ging die zo:’Ik verbeurde je auto, heb je juwelen verpand. Schat ik kon toch niet anders, je heb een gat in je hand!’
Met een doffe knal belandt Arie op de grond, waar hij zich op zijn buik rolt en met zij vuisten op de houten vloer begint te slaan.
‘Hey Arie, als je naar de kelder wilt, kun je beter de trap pakken, dat is sneller hoor,’ zegt Hans, terwijl hij zijn stamgast overeind helpt.
Lachend neemt Arie weer plaats op zijn kruk. ‘O man, wat een bak zeg. Die houden we er in.’

Een jongen en meisje, beiden zo begin twintig, lopen terug van de toiletten. Peter staart ze na.
‘Verdorie Hans, over negen maanden wordt er weer een kind geboren dat op jouw toilet is verwekt. Wat ik je brom!’
‘Als ze dat maar wel op het geboortekaartje zetten dan, Peter. Maar denk je echt dat…’
‘Natuurlijk! Zag je die zelfvoldane glimlach op zijn gezicht dan niet? En die rode oortjes van die griet, man!’
‘Nou, ik zal jullie wat zeggen jongens,’ mengt Arie zich in het gesprek, ‘wisten jullie dat ik op de wc in dit café geboren ben?’
‘Je bedoelt die beerput die ze hierachter hadden zeker, ouwe! Anders hadden ze vast en zeker meteen doorgetrokken toen je eruit was!’
‘Peter, ik ben bloedserieus!’
‘Ik ook, Arie, ik ook. Hans, schenk ons nog eens bij, jongen!’
‘Nee, maar jongens, ik ben hier echt geboren. Mijn vader zat hier, op de kruk waar ik nu op zit, van zijn bier te genieten, toen mijn moeder het café binnenstormde. Ze had gigantische weeën en besloot maar naar mijn vader te gaan, als hij niet op tijd thuis zou zijn. Nou, vroedvrouw erachteraan, mijn grootouders erbij. Man, het café heeft nog nooit zoveel toeloop gehad op één avond. En toen ik eruit was, had ik maar één verlangen en mijn vader herkende het meteen. Hij nam me bij zich op schoot, en liet me meegenieten van zijn bier.’

Peter voelt met zijn hand over zijn buik. ‘Hey Hans, wat staat er op het menu vanavond?’
Hans draait zich om richting keuken. ‘Hey Mien, gooi eens wat bitterballen op het vuur!’
De schelle stem van zijn vrouw antwoordt. ‘Ja, het vuur uit jouw ballen is jaren geleden al verdwenen!’
Hoofdschuddend kijkt Hans de mannen aan de bar aan. ‘Ze komt weer aandacht tekort hoor.’
‘Dat had Annie ook laatst. Ik zat wat op internet te klooien, toen ze ineens achter me stond. Ze zei, en ik citeer haar letterlijk, toen tegen me:’Peter, waarom krijg ik nooit aandacht van je? Je zit alleen maar naar andere vrouwen te kijken op internet!’ Nou, dus toen krabbelde ik even in haar Hyves, maar dat was ook al niet goed. Ze voelde zich alleen maar minder begrepen, zei ze!’
‘Haar Hyves? Waar zitten die bij een vrouw? Blijkbaar moet ik Sylvia daar niet kietelen, het klinkt een beetje als een tegendraadse G-plek als ik jou zo hoor.’
‘Nee, nee, Arie. Hyves is op internet. Maar goed, ze wilde meer praten, zei ze later tegen me. Dus heb ik nog een keer een bericht achtergelaten, maar haar mobiele telefoonnummer erin. Mooi dat ze de volgende dag tig keer gebeld is door weet ik veel wie. Was het weer niet goed!’

‘Weet je wat het met jullie mannen is? Jullie begrijpen ons vrouwen niet. Wij willen soms een beetje aandacht van júllie hebben.’
‘Daar zeg je me wat, Mien,’ zegt Arie, kauwend op een bitterbal, ‘Sylvia wilde vanavond ergens met me naartoe, iets met haar moeder die 75 wordt of zo.’
‘Mijn god, Arie, Annie verwachtte mij ook meteen thuis uit mijn werk vandaan.’
Hans kijkt ze zuchtend aan. ‘Jongens, ik schrijf het wel weer op de rekening erbij,’

Gezamenlijk verlaten Arie en Peter, zoals elke doodnormale avond in De Vergulde Kater, gehaast het pand.

 

 Gepubliceerd door om 19:04

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.