Martin van Dam

Verloren getuige

Daar lig ik dan, verlaten in het bedauwde gras, te wachten op wat komen gaat. Vocht is door mijn behuizing heen gedrongen, maar het heeft geen onherstelbare schade aangericht. Nog niet, maar als ik hier nog meer nachten lig, zal dat ongetwijfeld alsnog gebeuren. Eigenlijk wil ik schreeuwen, zodat iemand mij vindt, maar ik ben slechts gebouwd om te luisteren en te herhalen wat anderen hebben gezegd. Had ze maar: ‘Hallo, kijk eens hier beneden, hier ben ik!’ geroepen, voordat ze mij onvrijwillig achterliet in het bos. Dan had ik haar stem misschien nog een paar uur kunnen herhalen en had iemand anders de rest van de door mij zorgvuldig onthouden geluiden kunnen horen.

Ze neemt me altijd met zich mee, vooral wanneer ze er in haar eentje op uit trekt. Ik ben haar geheugen en onthoud voor haar de inspiratie die ze krijgt als ze in het bos wandelt. Gisteren begon niet anders. Twintig minuten lang vertelde ze mij een relaas over de konijnen die ze zag, en al snel voegde haar fantasie er een knus konijnenhol aan toe met schemerlampjes, een konijnenbank en een keuken waar het moederkonijn wortelsoep kookte. Ik liet het gebeuren, wat kon ik ook anders, en ’s avonds zou ik plichtsgetrouw haar woorden herhalen. Maar haar woorden zouden niet worden herhaald. Niet gisterenavond.

‘Mama, kijk!’
Een opgewonden kinderstem in de buurt. Twee paar voeten, ik hoor ze naderen. Een hand tilt me op. Er is nog hoop voor haar. Als ze me nou maar afluisteren, dan vertel ik ze wat ze moeten weten. Dan herhaal ik de geluiden die er waren op het moment dat we afscheid namen.
‘Wat is dit mama?’
‘Ik weet het niet, Robbie.’
‘Mag ik het meenemen?’
‘Het is vies. En we weten niet…’
‘Alsjeblieft? Toe nou?’
‘Oké, maar als het kapot is dan gooien we het thuis weg, begrepen?’

Als ik in staat was geweest om emoties te voelen, dan denk ik dat ik op dit moment opgelucht zou zijn. Verdwenen in de zak van een kinderjas, ben ik in ieder geval niet meer onopgemerkt. Als ze mij aanzetten, dan vertel ik ze alles. Over de voetstappen die snel dichterbij kwamen, over haar schreeuw en uiteindelijk over de voetstappen die verdwenen. Als ze het begrijpen, dan brengen ze mij naar de politie. Dan kan ik daar eindeloos mijn verhaal vertellen. Als ze nog niet terecht is, natuurlijk. Het is immers mogelijk dat ze gevonden is, of zelf naar huis is gegaan en haar verhaal heeft verteld. Misschien gaat ze wel naar mij op zoek, om haar verhaal over de konijnen terug te halen uit het bos. Hoe zal ze reageren als ze mij niet kan vinden?

Ooit wordt ze vast een bekend schrijfster. Het is de droom die ze al meermalen tegen mij heeft uitgesproken. Ze wil boeken schrijven over de natuur, zegt ze dan. Met dieren in de hoofdrol. In de literatuur is te weinig aandacht voor de dieren, zei ze gisteren nog. Ze ziet zichzelf als pionier op dat gebied, al zijn er waarschijnlijk auteurs die haar zijn voorgegaan op dit gebied.

‘Papa, papa! Kijk wat ik heb gevonden. Wat is dit?’
De kinderhand geeft me door aan een groter exemplaar.
‘Dat is een memorecorder, Robbie. Daarmee kun je dingen opnemen.’
‘Cool! Hoe gaat hij aan?’
‘Daar kijken we straks even naar, knul. We gaan nu eerst eten.’

Het gezin waar ik ben beland, heeft onder het eten de televisie aan staan. Bij haar thuis is dat uit den boze. Haar moeder wil het niet hebben. Na de afwas mag ze televisie kijken, maar onder geen beding onder het eten. Ik weet niet of ze het erg vindt of niet, daar heeft ze nooit over gesproken. Maar het gezin dat mij heeft gevonden, kijkt onder het eten naar het journaal. Er wordt gesproken over gevechten in een ver land en over een uitspraak van een minister. En zij is op televisie. Ze zeggen dat ze is vermist, spoorloos verdwenen. Haar moeder smeekt mensen om uit te kijken naar haar lieve kleine meid, die zo graag wandelde in het bos.

‘Dat is hier vlakbij,’ hoor ik de vrouw zeggen.
‘Papa, mag ik nu met de memorecorder spelen?’
De grote hand pakt me op.
‘Eens kijken hoe dit werkt, Robbie.’
Al snel vinden de vingers de knop om me aan te zetten. Mijn display licht op. Als ze maar opschieten, want mijn batterij houdt het niet lang meer. Maar ik heb belangrijke dingen te vertellen. In mijn menu wordt gekozen voor het afspelen van de opgenomen data. Ik praat met haar stem, over de konijnen en hun knusse konijnenhol.

De grote hand drukt op een knop en via het menu krijg ik de opdracht om versneld af te spelen. Ongeveer dertig seconden voordat haar verhaal over de konijnen klaar is, mag ik weer doorgaan op het normale tempo. Mijn geheugen haalt de andere geluiden van de vorige dag al naar boven. Voetstappen kwamen dichterbij.
Haar schreeuw.
De sussende stem die zei:’Sst, niet zo gillen, Eva.’
‘O, bent u het, buurman. Ik wist niet dat u ook van wandelen hield.’
‘Ik ben hier voor jou, meid. Ik…’
‘Wat doet u? Laat me los, ik… auw, wat is dit? Nee, ik wil dit niet.’
Ze zwijgt.
Haar hand laat me los. Met een doffe klap beland ik in het gras.
‘O nee, Eva, dit wilde ik niet. Kom op, zeg iets. O god, wat heb ik gedaan!’
Een paar voetstappen sterft weg.

Ik ben er klaar voor, het moment is daar om mijn getuigenis af te leggen aan dit gezin. De waarheid die ik bij me draag zal…

‘Wat een gezwets over die konijnen zeg. Kijk Robbie, zo is er meer tijd over voor jou om te spelen. ‘
Met een druk op mijn knop verdwijnen alle geluiden en alle woorden die ik op dat moment zou herhalen.

 

Mobiele versie afsluiten